Wat betekenen alle knoppen van je plugins?

EQ

Met een EQ kun je het volume van specifieke frequencies aanpassen door er een freqientieband op te zetten. Is er bijvoorbeeld teveel bas? Dan kun je dit zachter zetten. Heeft een zanger een luide hissende 's'-klank? Dan kun je dit met een EQ naar beneden halen. 

Het soort EQ dat je in je DAW vindt noem je een parametrische equalizer, en heeft per frequentieband 3 knoppen:



(Center) Frequency: De frequentie die versterkt of verzwakt wordt.


Gain:
Hoeveel de frequentie versterk of verzwakt wordt.


Q of bandbreedte: Hoe nauwkeurig de frequentie versterkt of verzwakt wordt.

FILTER


Met een filter haal je bepaalde frequentiegroepen weg. Hiermee haal je ongewenst geluid weg, maak je meer ruimte in de mix, of creëer je een effect.


Cut-off frequency: Het punt vanaf waar de stop-band begint en de pass-band eindigt. Op de cut-off frequency begint de helling.

Slope of Q: de steilheid van de helling, in dB per octaaf (6, 12, 18, 24, 48, 96 dB per octaaf). Hoe steiler de helling, hoe meer frequencies je weghaalt, maar ook hoe minder natuurlijk het kan gaan klinken.

Resonance: Een versterking van de cut-off frequency waardoor je het filter beter hoort en/of je een bepaald karakter krijgt. Vaak te herkennen als een 'bult' vlak voor de helling. Het is niet altijd alleen maar een versterking; het kan ook een bepaald "gek" vormpje zijn dat de ontwerper mooi/vet vindt klinken.

Saturation 

Een saturatie-plugin voegt extra frequenties toe. Hij vervormd het geluid, maar wel op een wenselijke manier. Hoeveel je dit doet kan van heel subtiel tot heel extreem gaan. Saturatie gaat dan ook van warm, tot helder, tot scherp, tot bijtend, tot volledig naar de barrebiesjes. Denk bijvoorbeeld aan de subtiele, warme vervorming van vinyl of een buizenversterker, en zet hier zware gitaar-distortion of overdrive tegenover. Allebei saturatievervorming, maar met hele andere toepassingen.

De knoppen die je bijna altijd terugvindt zijn de volgende twee. Per type saturatie-plugin komen er nog knoppen bij.

Drive: Hoeveel het geluid wordt vervormd.

Frequency: Vanaf waar het geluid wordt vervormd.

Compressor

Dit is waarschijnlijk de lastigste. Probeer het simpel te houden in het begin: een compressor maakt signalen die boven een bepaalde grens komen, ZACHTER. Je kan daarna alles harder zetten, en dan hoor je wat eerst zacht was, harder. En dat zijn vaak de detailts, sustain, bass. Het gaat dan dus vetter en gedetailleerder klinken. Je kan echter ook de reactietijden instellen. En dan verander je eigenlijk de envelope van een sound; je krijgt meer attack/transients in je signaal (lange attack) of juist minder (korte attack). Of je krijgt meer sustain en details (korte release) of juist minder (lange release). 

Je ziet; ja kan heel veel kanten op. Leer daarom eerst de belangrijkste knoppen echt goed. Als je die begrijpt, dan is het alleen nog een kwestie van de juiste compressor kiezen. 

Threshold = drempelwaarde. Alles boven de threshold wordt verzwakt 

Ratio = met hoeveel er verzwakt wordt boven de ratio. 4:1 is 4 keer zo zacht..

Knee = Gaat de compressor echt pas werken als het signaal boven de threshold komt, of bouwt ie de verzwakking geleidelijk op (en weer af als het signaal onder de threshold komt).

Attack = hoe snel gaat de compressor van GEEN verzwakking naar WEL verzwakken als het signaal boven de threshold komt. (vergelijk deze met hoe snel een fader naar beneden gehaald wordt).

Release = hoe snel gaat de compressor vervolgens van WEL verzwakken weer terug naar GEEN verzwakking. (vergelijk deze met een fader die weer teruggezet wordt op zijn oorspronkelijke waarde.

Make-up gain = met hoeveel zet je de output van de compressor harder? (vaak met net zoveel als hoeveel de compressor maximaal verzwakt)

Wil je op een simpele manier voor je zien wat een compressor nou eigenlijk et een golf doet? Check dan: https://codepen.io/animalsnacks/full/VRweeb





Reverb


Reverb, of galm, is een plugin die de illusie van ruimte geeft. Zo kun je een slaapkamer-opname bijvoorbeeld de reverb van een grote kathedraal geven, of van een volle club.


Dry/wet: Bijna effect plugins hebben een dry/wet of mix (dat is hetzelfde) knop. Je bepaald daarmee het percentage ven het signaal dat bewerkt wordt. LET OP: zet je een effect op een aux/effect track dan moet de mix op 100% wet; je wil dan immers 100% droog signaal op de originele track, en 100% bewerkt signaal op de effects/aux track.

Reverb time of decay time/rate: De lengte van de reverb.

Room size: De grootte van de ruimte. De afstanden tussen de early reflections bepalen de vorm en grote van de ruimte die je nabootst.

Pre-delay: Hoe snel begint de reverb.

Early Reflections: Hoe luid zijn de eerste reflecties. Galm bestaat simpel gezegd uit twee delen: de eerste reflecties; de eerste keer dat het geluid tegen de muren ketst, en de galm zelf; de ontelbare, overige reflecties.

Diffusion: Hoe de reflecties door de oppervlakten in de ruimte verspreid worden. Een diffuus oppervlakte verspreid de reflecties regelmatiger door de ruimte wat een wat vollere, warmere sound geeft.

Delay 
Waar reverb een gevoel van ruimte geeft, geeft echo een gevoel van grootte. Echo maakt een aantal weerkaatsingen van je signaal en zet deze op een vooraf gekozen timing nadat je originele signaal klinkt.

Delay time: Hoeveel tijd zit er tussen de herhalingen/echo's.

Feedback: Hoeveel herhalingen/echo's zijn er.

Modulation (bijvoorbeeld auto-panner, flanger, chorus, phaser)

Modulation betekent dat er een parameter (knop/functie) automatisch gevarieerd wordt. Iets beweegt bijvoorbeeld van links naar rechts (autopanner) of de toonhoogte van een delay verandert (modulatie delay). Je wilt dan tenminste twee dingen in kunnen stellen:



Depth: Met hoeveel er gevarieerd wordt (bijv: van hoe ver links naar hoe ver rechts). Vaak aangeduid met een percentage.

Rate: Hoe snel de variatie gebeurt (bijvoorbeeld: hoe vaak per seconde beweegt het signaal van links naar rechts). Vaak aangeduid in Hz of Hertz; aantal keer per seconde.

Bekende soorten modulation zijn: chorus, flanger, phaser, mod delay, auto panner. Ook bij synths gebruik je veel modulation om je geluiden interessanter te maken. Die laten knoppen/parameters variëren door er een LFO of Envelope aan te koppelen.

Vorige
Vorige

Hoe download en installeer je je plugins

Volgende
Volgende

Hoe zit een nummer in elkaar?